Exploderende sterren kun je grofweg in twee categorieën onderbrengen. Bij de eerste is een burenruzie de oorzaak. De ene helft van een dubbelster – vaak een witte dwerg ongeveer zo groot als de aarde – zuigt de materie op van zijn buur, totdat hij te zwaar wordt en met een nucleaire reactie explodeert. Een type twee supernova ontstaat wanneer een ster aan het einde van zijn leven implodeert, waarbij hij gigantische hoeveelheden gas zijn omgeving in slingert.
Maar een nieuw soort supernova lijkt zich totaal niets van de geldende ‘regels’ aan te trekken. Zo is hij zeker tien keer zo helder als gewoonlijk (wat duidt op een temperatuur tussen de 10.000 en 20.000 graden Celsius) en zijn chemische ‘vingerafdruk’ (of lichtspectrum) laat geen spoor zien van bekende supernovaproducten als waterstof, ijzer en calcium. Daarnaast blijkt hij maar liefst 50 dagen zichtbaar, veel langer dan reguliere explosies.
Hoofdonderzoeker Robert Quimby van Caltech deed zijn eerste ontdekking al in 2007. Hij gaf de spectaculaire blauwe supernova de weinig spannende naam ‘2005ap’. Rond dezelfde tijd werd ook ‘SCP 06F6’ ontdekt, ook zo’n vreemd geval. Toen de lichtspectra van de twee naast elkaar werden gelegd, bleek het om hetzelfde type te gaan. Sindsdien ontdekte Quimby en collega’s meer van dit soort vreemde snuiters.

Vier supernova's van het nieuwe type (boven voor en onder ná de explosie) (Foto: Caltech/Robert Quimby/Nature)
Een verklaring waarom ze bestaan is er niet, maar het onderzoeksteam beschrijft twee mogelijke scenario’s in hun artikel in Nature. Het eerste model gaat uit van een middelzware (honderd keer zo zwaar als de zon) pulserende ster die om de zoveel tijd waterstofarme ‘gasschillen’ de ruimte in werpt. Wanneer de ster zijn tijd heeft gehad, blaast de resulterende explosie (een normale supernova) de schillen op, waardoor het nieuwe type supernova ontstaat.
Een andere mogelijkheid ontstaat wanneer een reguliere supernova een magnetar achterlaat; een snel ronddraaiend object met een flink magnetisch veld. De magnetische deeltjes beïnvloeden de al uitstoten materie zo dat het flink heet wordt, wat dan weer zichtbaar is als een extreem heldere supernova.
Bij beide scenario’s is wel een plus en een min te bedenken en er is dus meer onderzoek nodig. De onderzoekers hopen met UV data van de Hubble ruimtetelescoop het ontstaansproces beter te kunnen begrijpen. Het duurt dus nog wel even voordat het derde supernovatype een eigen officiële status krijgt.
Bronnen: Caltech, Scientific American
Beeld: NASA,CXC,MIT,D.Dewey et al. en NASA,CXC,SAO,J.DePasquale (Röntgen); NASA/STScI (Optisch)





3 reacties
Of is het de achterkant van een zwart gat misschien?
Aangezien er een aantal basic elementen ontbreken in het spectrale beeld, mogen we dus besluiten dat die ook niet terug te vinden zijn in de oorspronkelijke ster. Wat er dan zou op wijzen dat er een ander soort ster bestaat dan degene die tot nu toe de dienst uitmaakten.
…Misschien het industriële eindresultat van grondstofwinning op sterren door een super-geavnceerde beschaving…?
Neeh onzin natuurlijk- Ik vind het alleen weer zo’n prachtig voorbeeld van dat dit een van die vele ontdekkingen is die laten zien hoe weinig we eigenlijk nog maar weten van het universum. Geweldig- dachten we intussen aardig door te hebben hoe supernova’s ontstaan en verlopen en hoe je ze classificeert en dan komen ze dit weer tegen en we beseffen dat we dus eigenlijk nog steeds te weinig weten om het plaatje echt door te hebben.