Hoogleraar vaker atheïst dan gemiddelde Nederlander

Kerk met kruis
De meest voorkomende levensovertuiging onder Nederlandse professoren is het atheïsme, zo blijkt uit nieuw onderzoek. Daarmee wijken ze flink af van de rest van het land.

Maar liefst 44 procent van onze hoogleraren noemt zichzelf atheïst. Daarnaast is 28 procent van de hoogleraren agnost, 17 procent theïst (gelooft dat er minstens één god bestaat) en 5 procent ‘ietsist’ (gelooft dat er ‘meer is tussen hemel en aarde’). 5 procent, tot slot, intrigeert ons door aan te geven zichzelf in geen enkele van de bovengenoemde vier categorieën te herkennen.

Dat is te lezen in het onderzoeksrapport ‘Levensbeschouwing & wetenschap, een inventarisatie onder Nederlandse hoogleraren’, waarvoor een kleine tweeduizend professoren een korte lijst met meerkeuzevragen invulden. Het hele rapport is hier als PDF te downloaden.

De gevonden percentages voor professoren wijken nogal af van die voor het hele Nederlandse volk. Daarvan is slechts 14 procent atheïst, 26 procent agnost, 24 procent theïst en 36 ‘ietsist’. Oftewel: hoogleraren zijn bovengemiddeld vaak atheïst en hebben weinig op met het vage ietsisme.

Bij het onderzoek werden ook de levensbeschouwingen uitgesplitst per vakgebied. Hieruit blijkt dat met name biologen vaak atheïst zijn (meer dan 60 procent), terwijl ook veel aardwetenschappers en taal- en literatuurwetenschappers tot deze stroming behoren. Filosofen en theologen zijn het minst vaak atheïst en het vaakst theïst. Het agnosticisme is vooral populair onder geschiedkundigen.

Zo’n drie kwart van de hoogleraren vindt verder dat er binnen de wetenschap “geen ruimte” of “weinig ruimte” mag zijn voor theïstische argumenten of visies. 20 procent is het bovendien “enigszins eens” of “volkomen eens” met de stelling dat ze theïstische collega’s minder serieus nemen. Daar staat dan weer tegenover dat slechts 2 procent van de ondervraagden zich vanwege zijn levensovertuiging minder serieus genomen voelt. Oftewel: het wantrouwen dat sommige niet-theïstische wetenschappers koesteren richting theïstische wetenschappers wordt blijkbaar niet erg openlijk beleden…

Een korte reactie van rechtsgeleerde en filosoof Paul Cliteur op het rapport is hier te lezen. Over het hoge percentage aan atheïsten onder hoogleraren schrijft hij: “Moeten we het zo zien dat naarmate mensen geleerder worden zij toch gaan inzien dat God niet bestaat? Of hebben hoogleraren alleen maar minder schroom zich als ‘atheïst’ te benoemen?” En over het lage percentage aan ‘ietsisten’: “Kan het zijn dat hoogleraren zich realiseren dat de stelling van de ietsist (‘er moet iets zijn als een hogere macht die het leven beheerst’) eenvoudigweg te vaag en onbestemd is om als een serieus levensbeschouwelijke positie te gelden?”

Bron: ForumC

Dit artikel is geplaatst in Nieuws met de volgende tags , , , .

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>

3 reacties

  1. jamaar

    Oftewel: het wantrouwen dat sommige niet-theïstische wetenschappers koesteren richting theïstische wetenschappers wordt blijkbaar niet erg openlijk beleden…

    deze conclusie bevalt mij niet

    zou het zo kunnen zijn dat wetenschappers beoordelen op wetenschappelijke gronden ongeacht de herkomst, namelijk een theïst?

    ik heb geen vooroordelen over het werk van een gelovige
    wel vind ik het onbegrijpelijk dat deze mensen iets als geloof voor waar aannemen.

  2. JPK

    @jamaar: ter aanvulling: de stelling waar de genoemde 20 procent het enigszins of volkomen mee eens was, luidde: “Een theïstische collega neem ik *als wetenschapper* minder serieus dan een niet-theïstische collega.”

  3. Didi

    Mag je concluderen dat ‘de wetenschappelijke waarheid’ voor 44% wordt bepaald door atheïsten? Mag je concluderen dat de wetenschap de atheïstische levensovertuiging meer prefereert dan welk ander geloof/levensvisie dan ook? Hierdoor is voor mij de ‘wetenschap’ zodanig besmet dat ik de definitie van wetenschap niet meer serieus kan nemen. Elke wetenschapper handelt en denkt vanuit zijn eigen kader, heeft zijn eigen setje normen en waarden. Wie bepaalt dat de atheïstische wetenschapper een beter, betrouwbaarder denkkader heeft dan een andersdenkende? Het feit dat er zo weinig ‘gelovigen’ zijn onder de wetenschappers zegt niets over hun ‘intelligente’ keuze om niets te geloven. De dictatuur van de meerderheid dus? Niet echt wetenschappelijk…