Sowieso is Valentijnsdag niet de leukste aangelegenheid voor iedereen die even zonder (potentiële) partner zit. Maar ook voor mensen die lijden aan de volgende fobieën is het niet bepaald de dag van het jaar.
- Als je lijdt aan amorafobie (angst voor liefde; niet te verwarren met agorafobie oftewel ‘pleinvrees’), kun je natuurlijk sowieso inpakken.
- Koop je de bekende hartvormige doos met bonbons voor je lief, dan loopt je date uit op een drama als zij of hij blijkt te lijden aan xocolatofobie. (Met cardiofoben hoef je gelukkig minder rekening te houden; die zijn niet zozeer bang voor hartvormige voorwerpen, als wel voor hartziektes.)
- Moet je je liefde gaan opbiechten, dan is het te hopen dat je geen last hebt van erythrofobie: de angst om te blozen.
- Zeg het vooral met bloemen – behalve als je te maken hebt met een anthofoob.
- Ook een goed bedoeld liefdesgedicht kan verkeerd uitpakken. Om allerlei redenen, waaronder de mogelijkheid dat de luisteraar lijdt aan metrofobie – angst voor poëzie.
- Wil je je hele huis opleuken met talloze brandende kaarsen, ga vooral je gang. Zolang je geen keriofoob hebt uitgenodigd, tenminste.
- Loopt een Valentijnsdate goed, dan kunnen aphenphosmfobie (de angst om te worden aangeraakt) en philematofobie (zoen-angst) roet in het eten gooien.
- Loopt een Valentijnsdate héél goed, dan liggen alleen nog erotofobie en genofobie op de loer…
Bronnen: Life's Little Mysteries, The Phobia List




