Wie regelmatig Nederlandse jongeren (of managers, of wetenschappers) hoort praten, bekruipt wellicht de angst dat er steeds meer Engelse woorden het Nederlands in ‘sluipen’. Die vrees voor verengelsing is niet typisch Hollands. Ook in Duitsland, Frankrijk, Italië en vele andere landen vechten taalpuristen tegen Engelse volkstaalvernietiging.
Denk overigens niet dat Engels sprekenden breed grijnzend hun mondiale taalmonopolie afwachten; ook zij zijn bang. Begin 2008 beweerde professor Edwin Duncan van de Towson Universiteit dat het Engels zich, onder invloed van het net-niet-Engels van goedbedoelende Aziaten, zal ontwikkelen tot een compleet nieuwe taal: het Panglish. Hierin is the gereduceerd tot ze en he talks tot he talk. De Engelse expansie baart dus ook Engelstaligen zélf zorgen – zij het op een andere manier.
Maar is onze angst voor verengelsing eigenlijk wel terecht? Of moeten we ons er eerder zorgen om maken dat het Nederlands – gek genoeg – steeds meer op Panglish gaat lijken?
Dit is het eerste gedeelte van een artikel uit KIJK 6/2010, in de winkel van 6 mei t/m 2 juni. De tekst werd geschreven door Rik Peters.
Site met meer informatie:





1 reactie
Leuk hoor, die eerste regel. Ik heb zelf geen enkel probleem met gebruik van Engelse termen. Wat ik wel erg lelijk vind is vernederlandsing van Engelse uitdrukkingen of woorden. Ik kwam ooit het woord volatiel tegen in een zin die er ongeveer zo uitzag: “Beurs blijft volatiel.” Ik meen dat dat een vernederlandsing is van volatile, maar ik zie nu dat het een echt woord is. http://nl.wikipedia.org/wiki/Volatiliteit
Andere voorbeelden dan.
“Deze computer komt met gratis beeldscherm.” Zei vroeger niemand. Komt van het Engelse “comes with” volgens mij.
“De les gaat niet door sinds de docent ziek is” Sinds?!?
En op deze site(!)kwam ik het woord voorarm tegen in plaats van onderarm. Komt dat van het Engelse forearm? Ik zie net dat het in het Nederlands (Vlaams) ook mag maar ik had het nog nooit eerder gehoord of gelezen.