De verbinding rapamycine, ontdekt op Paaseiland, blijkt het leven van muizen te verlengen. Zelfs als de knaagdieren de stof pas laat in hun leven gevoerd krijgen; iets wat nog niet eerder is waargenomen.
Rapamycine werd al in 1965 ontdekt op Paaseiland, en bleek later een vertragend effect te hebben op de veroudering van gist, rondwormen en fruitvliegjes. De Amerikaanse wetenschappers Randy Strong en David Sharp wilden nu kijken of hetzelfde ook zou gelden voor muizen, maar stuitten op een probleem: tegen de tijd dat ze stabiele, makkelijk verteerbare rapamycine-houdende voeding hadden ontwikkeld, waren hun proefdieren bijna 2 jaar oud - vergelijkbaar met een mens van 60. Aangezien middelen die veroudering tegengaan tot nu toe het best werkten wanneer ze bij jonge dieren werden ingebracht, verwachtten Strong en Sharp niet veel meer van hun onderzoek. Maar tot hun verbazing bleken de muizen op leeftijd die rapamycine gevoerd kregen vanaf dat moment 28 tot 38 procent langer te leven dan de proefdieren waar dat niet voor gold.
Hoe het levensverlengde effect van rapamycine precies werkt, is nog niet bekend. Wel weten we dat de stof het eiwit mTOR onderdrukt, dat op zijn beurt het groeien en overleven van cellen regelt. Het idee is nu dat als mTOR om wat voor reden dan ook zijn werk niet kan doen, het lichaam dat interpreteert als 'barre tijden'. En dat zorgt er weer voor dat de groei vertraagt en cellen beter beschermd worden tegen factoren die ze kunnen beschadigen, met een langer leven tot gevolg.
Of we nu binnenkort kunnen rekenen op een levensverlengend medicijn op basis van rapamycine, is nog de vraag. Onder meer krijg je er een hoge cholestorol van en word je er vatbaarder door voor infecties. Maar het mag al heel bemoedigend heten dat het stofje blijkt te werken bij andere zoogdieren - en dus mogelijk ook bij ons - en bovendien niet per se aan jonge dieren/mensen toegediend hoeft te worden om te werken. -JPK
(Bronnen: ScienceNOW/Nature)