In de KIJK die morgen verschijnt, vind je het artikel 'Big Brother bestaat', over het wereldwijde afluistersysteem Echelon. Bij deze alvast een voorproefje.
Elke mail die je typt aan je baas, elk sms’je dat je stuurt aan je geliefde en elk telefoontje dat je pleegt met je moeder, wordt afgetapt en opgeslagen. En nee, dit is niet de plot van een slechte spionagefilm. Dit is de werkelijkheid van Echelon.
“Studenten aan wie ik college geef over Echelon, gaan altijd op het puntje van hun stoel zitten. Ik zie ze denken: dit kan toch niet waar zijn?” Hoogleraar Cees Hamelink maakt zich zorgen over het immense, mondiale afluistersysteem van de VS, Engeland, Canada, Australië en Nieuw-Zeeland. “De ontwikkelingen in de technologie gaan razendsnel: er kan steeds meer worden afgetapt en opgeslagen. Wat mij betreft is het dan ook hoog tijd voor een debat over de vraag of we dit systeem op deze manier, zonder enige vorm van controle, nog wel kunnen laten voortbestaan.”
Echelon tart elke verbeelding. Het bestaat, maar het NOS Journaal bericht er nooit over. Het wordt gerund door een organisatie die voor velen al even onbekend is als Echelon zelf, het Amerikaanse National Security Agency (NSA). Hamelink: “De mensen die daar werken, zeggen altijd dat NSA staat voor No Such Agency, alsof het niet echt zou zijn.” Maar het NSA is wel degelijk echt: het is de grootste inlichtingendienst van de VS, met bijna 40.000 werknemers op het Amerikaanse vasteland, nog eens 25.000 mensen verspreid over afluisterstations over de hele wereld en een budget van tientallen miljarden dollars per jaar. Daarmee is het NSA vele malen groter dan de CIA.
Met dat miljardenbudget onderhoudt het NSA het Echelonnetwerk, dat wereldwijd alle vormen van communicatie afluistert en ontcijfert. Het richt zich op sigint, een vakterm voor signals intelligence, het onderscheppen van elektronische signalen.
De mogelijkheden van Echelon zijn ongekend. Margeret Newsham, roepnaam Peg, stond bij het NSA aan de wieg van het systeem. Ze werkte sinds 1977 op de enorme afluisterbasis Menwith Hill in Engeland. Zij vertelt: “In 1979 konden we al een persoon traceren en inzoomen op zijn telefoongesprek terwijl hij aan het bellen was. En onze satellieten konden in 1984 al een postzegel filmen die op de grond lag. Kun je nagaan hoe alomvattend het systeem nu moet zijn.”
Het volledige artikel vind je in KIJK juni 2009, vanaf pagina 68. Dit nummer verschijnt op vrijdag 29 mei.
(Foto: Simulacron3)